Trefwoorden

Hieronder wordt per deelthema een overzicht gegeven van verschillende vaktermen die aan bod kwamen met enige duiding.

Alcoholproblemen

Additioneel
Aanvullend.

Alcoholintoxicatie
Het optreden van vergiftigingsverschijnselen door consumptie van alcoholhoudende dranken.

Binge-drinken
Het drinken van een bepaald aantal glazen in een korte tijd.

Coping strategieën
Het zijn strategieën om om te gaan met factoren in je leven die je uit balans brengen (psychologisch).

Equivalent
Gelijkwaardig.

Functieanalyse
Is duidelijk overzicht wat voor taken en verantwoordelijkheden een specifieke functie binnen een organisatie omvat.

Fundamentele procedures
Is een noodzakelijke/belangrijke manier om een handeling uit te voeren.

Loopbaan begeleiding
Het verkrijgen van bevredigend werk en financiële zekerheid.

Omkering van motivatie
Omgaan met cliënten die weinig therapie trouw zijn die ontelbare excuses hebben voor hun gebrek aan vooruitgang te gaan overtuigen.

Oplossingsgerichte oriëntatie
Bespreken van oplossingen voor specifieke, relevante problemen.

Poliklinische behandeling
is een behandeling waarbij u een bepaalde periode wekelijks één op één gesprekken heeft met uw behandelaar of groepsbijeenkomsten bijwoont onder leiding van een behandelaar.

Prompt rule
Ontoegankelijk of besluiteloze cliënt aanmoedigen om een aantal specifieke behandeldoelen te formuleren.

Training beperkte blootstelling
Cliënten overtuigen dat zij niet terug moeten gaan naar plaatsen waar zij vroeger alcohol dronken.

Zelfstandigheidstraining
Aanleren van basisvaardigheden aan cliënten zodat zij in de toekomst hun eigen problemen kunnen oplossen.

Angststoornissen

Adequate
Geschikt voor het beoogde doel.

Agorofobie
Ziekelijke angst voor grote, open ruimtes.

Case finding
Door tijdens een consult van iemand met een verhoogd risico extra alert te zijn op symptomen van angst en depressie om vervolgens met een screeningsinstrument een nader risico-inschatting te maken.

Cognitievegedragtherapie
Cognitieve gedragstherapie is een mengeling van gedragstherapie met interventies die ontwikkeld zijn vanuit de cognitieve psychologie. De kern is de veronderstelling dat zogenaamde irrationele cognities (gedachten) zorgen voor disfunctioneel gedrag, zoals vermijdingsgedrag of agressie. De technieken die gebruikt worden in de cognitieve gedragstherapie richten zich op het veranderen van de inhoud van deze irrationele cognities.

Consistentie
Nog niet waarneembare vorm.

Differentiaaldiagnostiek
Aangeven welke ziekten of aandoeningen de geconstateerde afwijking kunnen veroorzaken.

Exposure in vivo
Een behandeling met exposure (confrontatietherapie) richt zich, vanuit een cognitief gedragsmatige invalshoek, op het veranderen van (vermijdings)gedrag.

Follow-up studies
Of longitudinaal onderzoek: Bij longitudinaal onderzoek worden de waarnemingen of metingen bij ieder individu op een aantal achtereenvolgende tijdstippen herhaald.

Gegeneraliseerde fobie
Wanneer de persoon zich angstig voelt in vrijwel alle sociale situaties.

Kwetsbaarheidstoestand
De patiënten zien de wereld als een gevaarlijke plaats en als een plaats waarin ze op hun hoede moeten zijn.

Modeling
Gedragstherapie waarbij het gedrag vele malen wordt voorgedaan aan de patiënt, zodat de patiënt het uiteindelijk gaat herhalen.

Paniekstoornis
Ook episodische paroxismale angst. Een aandoening die gepaard gaat met terugkerende, hevige angstaanvallen.

Programatische preventie
Door een groep ouderen voorafgaand aan een preventief gezondheidsonderzoek met een instrument te screenen op een of meerdere gezondheidsproblemen.

Psychotherapeutische behandeling
Een vorm van behandeling door een psychotherapeut. Het houdt zich bezig met psychosociale problemen en psychiatrische stoornissen.

Rollenspel
Gedragingen die horen bij een bepaalde sociale positie.

Specifieke sociale fobie
De angst voor negatieve beoordeling komt slechts voor in welomschreven situaties.

Sociale bekrachtiging
Er zijn positieve en negatieve sociale bekrachtigingen. Bijvoorbeeld een glimlach of een boze blik.

Sociaal-demografisch
Samenstelling van een bevolking volgens bepaalde kenmerken.

Sociale fobie
Een hardnekkige angst voor een of meerdere situaties waarin de betrokken persoon is blootgesteld aan de mogelijk kritische beoordeling door anderen en waarin die persoon bang is zich belachelijk te maken.

Vermijdende persoonlijkheidstoornis
Het is een stoornis die gekenmerkt wordt door geremdheid en een gevoel van minderwaardigheid. De personen met deze stoornis zijn ook gevoeliger voor kritiek en een negatief oordeel.

Vicieuze cirkel
Een vicieuze cirkel is een situatie waarin iets een bepaald gevolg heeft, terwijl dat gevolg op zijn beurt het eerstgenoemde verschijnsel in stand houdt of versterkt. Een vicieuze cirkel is dus een situatie waarin een bepaald verschijnsel zichzelf indirect in stand houdt.

Bipolaire Stoornis

Empirisch onderzoek
Onderzoek dat gebaseerd is op eigen ervaring. Hierbij wordt gebruik gemaakt van directe of indirecte waarnemingen, dit in tegenstelling tot theoretische, filosofische en rationele wetenschappen.

Experimenteel onderzoek
Er wordt opzettelijk iets aan de situatie gewijzigd.

Follow-up
Er wordt nagegaan in welke mate de doelstellingen worden bereikt en dat op basis hiervan nieuwe initiatieven worden gelanceerd of dat de eventueel de strategie en de planning worden aangepast aan nieuwe omstandigheden.

Kwantiteit
Hoeveel het er zijn, een getal.

Psychopathologie
Deelgebied van de psychologie en de psychiatrie. Waar de ziekte vooral de persoon betreft, kan het lijden op de persoon zelf en/of op de omgeving betrekking hebben. De psychopathologie is een wetenschap die aan de basis ligt van behandelingen waarvan de psychotherapie een voorbeeld is.

Significant
Een waargenomen effect of correlatie wordt significant genoemd als het onaannemelijk lijkt dat het effect of de correlatie op toeval berust. In het alledaags spraakgebruik wordt "significant" als synoniem voor 'betekenisvol', 'belangrijk', gebruikt.

Depressieve stoornis

ADL-afhankelijkheid
Voor je Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen ben je afhankelijk van iemand anders.

Co-morbiditeit
het tegelijkertijd hebben van twee of meer stoornissen of aandoeningen bij een patiënt.

intramurale gezondheidszorg
Gezondheidszorg bij de persoon thuis.

prognose
Een voorspelling.

Somatisch
Lichamelijk.

Eetstoornissen

Anorexia nervosa
Psychische stoornis dei wordt kenmerkt door dwangmatig niet eten, weigering het lichaamsgewicht te handhaven op een normaal gewicht en een onevenredig grote invloed van het lichaamsgewicht of de lichaamsvorm op het oordeel over zichzelf.

BMI
Body Mass Index eenheid die gebruikt wordt ter aanduiding van iemands gewicht, verkregen door het gewicht in kilo's te delen door de lengte in het kwadraat: een getal van 25 tot 30 duidt op overgewicht, een getal van 30 of meer op vetzucht.

Boulimia nervosa
Psychische stoornis met als voornaamste kenmerk een gestoord eetpatroon waarbij de patiënt extreme eetbuien afwisselt met braken, gebruik van laxeermiddelen en/of vasten.

Obesitas
Medisch ernstige vorm van overgewicht.

Purgeren
Het lichaam zuiveren door de stoelgang te bevorderen.

Affecttolerantie
Signalen van te weinig emotie, depressie, afstandelijk, vermijdend

EMDR-model
Eye movement desesitization and reprocessing model
Dit is een therapeutische behandelmethode die met name toegepast wordt bij mensen met een posttraumatische stressstoornis

heupdysplasie
Aangeboren misvorming van de heup

hyper -of hypoarousal
Hyperarousal = angstig, woedend zijn door bepaalde triggers
Hypoarousal = verstijven door triggers

Impulsstoornissen
Dat is een groep psychische aandoeningen waarbij de persoon geen of weinig beheersing heeft van zijn natuurlijke impulsen.

Mindfulness bodyscan
Oefening waarin je je lichaam observeert en de aandacht richt op de plaatsen in je lichaam waar je spanning voelt.

Perinataal trauma
Periode van de 28ste zwangerschapsweek tot de 8e dag na de geboorte een trauma oplopen.

Schemagerichte therapie
Schematherapie is een vorm van cognitieve gedragstherapie. Schemagerichte therapie gaat er van uit dat informatieverwerking een belangrijke rol speelt in het ontstaan en het voortduren van psychische problemen.

Persoonlijkheidsstoornis

Comorbiditeit
Een verschijnsel dat een patiënt tegelijkertijd twee of meer ziekten heeft, waarbij er een relatie bestaat tussen de verschillende aandoeningen. Bv. omdat ze vaak samen optreden of omdat er een gemeenschappelijke achterliggende oorzaak voor is.

Etiologie
Leer van ziekteoorzaken.

Pathologie
Deel van de medische wetenschap die de oorzaken en de aard van de ziekten behandelt en de veranderingen in het lichaam die er het gevolg van zijn.

Prognose
De uitspraak over het vermoedelijk verloop van een ziekte en de vooruitzichten op de beterschap.

Symptomatologie
Leer van ziekteverschijnselen.

PICA

Discriminatie training
Onderscheiden wat eetbaar is & wat niet.

Gedragsinterventie
Tussenbeide komen om het gedrag aan te passen

Milieuverrijking
De omgeving aanpassen zodat het ongepast gedrag niet gesteld kan worden.

Negatieve praktijk
Ongepast gedrag herhalen tot deze wordt uitgeput.

Overcorrectie
Client betrekken bij gedrag dat onverenigbaar is met Pica. Vergt veel tijd & inspanning.

Persoonlijke beperking
Onmogelijk maken om naar gevaarlijke objecten te grijpen.

Positieve straf
Als de cliënt pica-gedrag toont, wordt hij/zij gestraft zodat het ongepast gedrag wordt uitgeput.

Preventie
voorkomen dat pica ontstaat door vooraf in te grijpen. Dit kan bij pica aan de hand van één op één training, voortdurend zelfbedwang of een combinatie van beiden.

Reactieblokkering
Hand tussen voorwerp & mond steken zodat het voorwerp niet in de mond gestopt kan worden.

Vaardigheidstraining
Leren welke voorwerpen veilig zijn & welke niet.

Verbale waarschuwing
Ongepast gedrag niet toelaten door verbaal in te grijpen.

Visuele screening
Verwijderen van visuele prikkelingen

Voedingsinterventie
Ingrijpen door het voedingspatroon aan te passen.

Vrezende stimuli
Onaangename prikkels zoals slechte smaken & geuren.